Vraag van de maand (5)

  • 0

Vraag van de maand (5)

In de rubriek ‘Vraag van de maand’ beantwoordt ds. Arjan Berensen maandelijks een veelgestelde vraag over kerkelijke zaken. In de eerste twaalf afleveringen staat de eredienst centraal. Deze maand: ‘hoe is de voorzang ontstaan?’

Formeel begint de kerkdienst op het moment dat ouderling en predikant van dienst elkaar de hand drukken. De ‘voorzang’ is het lied dat de verzamelde gemeente nog vóór dat moment zingt. Dat lied valt daarmee dus buiten de gewone liturgie: het is een los ‘voorvoegsel’ voor de eigenlijke kerkdienst.

Er bestaan twee theorieën over het ontstaan van de voorzang. Mogelijkerwijs had de voorzang een praktische achtergrond. Zij zou dan opgekomen zijn in tijden waarin de gemeente nog een ‘voorzanger’ kende. Zo hadden voorzanger en gemeente gelegenheid samen een lied te oefenen.
Meer waarschijnlijk, zeker voor onze gemeente, is echter de theorie dat de voorzang om tactische redenen is ontstaan.

Er waren tijden waarin synodes en kerkenraden strakke regie over de zondagse liturgie voerden. Er waren duidelijke ideeën over wat ‘wel en niet verantwoord’ was. Die ontwikkeling liep echter niet altijd parallel met ontwikkelingen in het doordeweekse geestelijk leven. Thuis en op vereniging werd in toenemende mate een verruiming van de kamermuzikale praktijk zichtbaar. De bundel van Johannes de Heer (1903) sierde bijvoorbeeld het harmonium in vele woonkamers, terwijl men op zondag deze liederen beslist niet zou zingen. Ander voorbeeld: in 1973 kwam het Liedboek voor de kerken gereed, waarmee opnieuw spanning ontstond rond de vraag welke gezangen nu wel of niet ‘verantwoord’ waren.

Gevoelige geschillen over wat ‘wel en niet verantwoord’ was om te zingen, werden opgelost door de (her-)uitvinding van de ‘voorzang’. Omdat de ‘voorzang’ werd gezongen in het niemandsland voor aanvang van de dienst, was de kerkenraad niet ambtelijk verantwoordelijk voor hetgeen op dat moment gezongen werd. De gemeente kon dan dus gerust haar ‘vrije lied’ zingen, terwijl de kerkenraad zich dan tactisch niet liet zien, en gedogend een oogje (oortje) toesloot. Zo kon rond de dienst toch gezongen worden wat in de dienst gevoelig lag.

Vandaag de dag kennen wij nog nauwelijks iets van vroegere geschillen over kerkmuziek. De ‘voorzang’ heeft feitelijk haar functie als ´praktisch’ of ‘tactisch’ middel verloren. Men kan zich tevens afvragen, of de ere-dienst aan God nog langer gediend is met een ongeconcentreerde start in de vorm van een plotseling ingezette voorzang.
Dat zal ook de reden zijn, waarom de meeste gemeenten in de Protestantse Kerk in Nederland de voorzang hebben afgeschaft en zijn overgegaan tot het zingen van een aanvangslied.


About Author

ds. Arjan Berensen

Predikant van de Witte Kerk in Nieuw-Vennep, onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland. Meer info of contact

Leave a Reply

AlphaOmega Captcha Classica  –  Enter Security Code
     
 

Website Protected by Spam Master


Predikant in de praktijk