Vraag van de maand (3)

  • 0

Vraag van de maand (3)

In de rubriek ‘Vraag van de maand’ beantwoordt ds. Arjan Berensen maandelijks een veelgestelde vraag over kerkelijke zaken. In de eerste twaalf afleveringen staat de eredienst centraal.
In de vorige bijdrage las u het antwoord op de vraag: ‘Waarom geeft de gemeente antwoord op een vraag tijdens een doopdienst?’. Een logische vervolgvraag daarop bespreken we deze maand: ‘Waarop geeft de gemeente antwoord tijdens een doopdienst?’.

DE VRAAG
De gestelde vraag luidt in mijn gemeente: “Gemeente, wilt u deze doopouders naar uw vermogen helpen groeien in geloof en wilt u hen helpen Christus na te volgen en zo hun kinderen het christelijk geloof vóór te leven?”. De vraag komt als zodanig voor in de nieuwste versie uit ‘de aanvulling voor confessionele liturgie’ dat vorig jaar op het Dienstboek van de Protestantse Kerk in Nederland verscheen.

Deze doopgelofte gaat dus nadrukkelijk niét over de vraag, of u het ermee ‘eens bent’ dat het betreffende kindje wel of niet wordt gedoopt. Toelating tot de heilige doop wordt geregeld door de kerkenraad en bezwaren daartegen kunnen bij de kerkenraad worden gemeld. Deze vraag is volop een geloofsvraag. Het vraagt naar uw eigen geloofsleven en uw persoonlijke betrokkenheid bij deze en andere jonge ouders van de gemeente.

Het is eveneens een misverstand om te denken, dat deze vraag de doopgeloften van de doopouders nuanceert. De doopouders blijven de eerst aangewezenen om de opdracht tot geloofsopvoeding te volbrengen. Maar de gemeente laat hen daarin niet alleen: zij ‘helpt’ (zegt de vraag twee keer) en dat ‘naar haar vermogen’.
Dat laatste is een belangrijke toevoeging: als doopouders zich in de praktijk weinig werk maken van de uitvoering van gedane beloften, dan blijkt het vermogen van de gemeente om dat te veranderen vaak gering. Tegelijkertijd is het goed dat de gemeente zich er steeds van bewust blijft, dat alle kinderen uit de gemeente in hun geloof gevormd worden door het gezámenlijk kerkelijk leven.

CONCREET?
Ja-zeggen op deze vraag krijgt concreet gestalte in de manier waarop de gemeente belang hecht aan jeugd- en jongerenwerk. Dat werk mag gevoeld worden als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ja-zeggen impliceert zo bijvoorbeeld dat ouders uit de gemeente elkaar onderling van tijd tot tijd opzoeken om over de geloofsopvoeding van hun kinderen te spreken. Of dat gemeenteleden bidden voor het jeugd- en jongerenwerk van de gemeente. Of dat ouders die kinderen van andere ouders missen op club of catechese, proberen om als ouders onderling de deelname van hun kinderen wederzijds te stimuleren. Of dat vrijwilligers zich geroepen voelen om vacatures in het jeugd- en jongerenwerk tijdig te vervullen.

Eventuele overname in uw kerkblad is toegestaan nadat u een berichtje heeft gestuurd. Ik stuur u dan de hele serie als Word-document terug.


About Author

ds. Arjan Berensen

Predikant van de Witte Kerk in Nieuw-Vennep, onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland. Meer info of contact

Leave a Reply

AlphaOmega Captcha Classica  –  Enter Security Code
     
 

Website Protected by Spam Master


Predikant in de praktijk