Column: In sneltreinvaart

  • 1

Column: In sneltreinvaart

Category : Geloofsopbouw

Dertien jaar geleden, de trein tussen Zwolle en Kampen.
Op een vroege dinsdagmorgen sla ik vlug een boek open.
Een oudere dame aan de overkant volgt me nauwkeurig.
Ik lees. Ik zie geen letters. Ik zie een bril.
Over de rand van het boek verschijnt het gezicht van de oude dame.
‘Zeker theologiestudent?’, vraagt ze.
‘Ja, hoezo?’ – ‘Je leest in een Bijbel.
Alle jongemannen met bijbels in deze trein zijn altijd theologiestudenten.’
Het boek zakt op mijn schoot. We raken aan de praat.
Veel tijd hebben we niet: de rit duurt slechts 10 minuten.
Maar voor haar is het voldoende: in sneltreinvaart komen 82 levensjaren voorbij.
Ze vertelt, hoe ze de kerk van haar jeugd heeft zien instorten.
Ze deelt met me, hoe kinderen en kleinkinderen weinig van God of geloof willen weten. Als de trein tot stilstand komt, staakt ook zij haar monoloog:
‘Jongeman, het is moedig dat je in de kerk wilt gaan werken.
Maar ik geef het je op een briefje: het is een hopeloos verloren zaak.’
Ze wacht niet op antwoord en vertrekt.

Daar sta je dan, op Kampen Centraal Station, met al je idealen!
Vaak heb ik de 82-jarige en haar twijfel teruggedacht.
Even vaak stelde ik mij voor, dat Kampen geen eind-
maar een tussenstation was geweest.
Dan had ik misschien tijd en ruimte gehad
om mijn dromen, mijn verlangens, mijn geloof met haar te delen.
Zeker had ik haar verteld, dat haar pijn een andere was dan de mijne.
Ik ben geboren in de generatie die niet beter weet
dan dat niet iedere Nederlander ook kerkganger of christen is.
Ik ben getogen met kritische vragen, met pessimisme over de kerk,
en zélfs met het soms ongegeneerd smijten van pek en veren richting christenen.
En toch. Toch geloof ik nog in die ‘hopeloos verloren’ gewaande kerk van haar.
Zo verschilden wij: zij zag in de kerk een puinhoop.
Ik zag in de kerk een kwetsbaar hoopje stenen
waarmee iets je iets prachtigs zou kunnen bouwen.
Ik had ongetwijfeld meer woorden nodig gehad dan zij.
Maar we zouden elkaar vast gevonden hebben,
als ik haar had verteld over wat ik onlangs in de Bijbel las
over Nehemia en de puinhopen van Jeruzalem.
Jammer genoeg kwam het niet zo ver.

Doorgaand spoor

Dertien jaar geleden eindigde elk spoor op kopstation Kampen.
Maar er is iets veranderd. Er loopt tegenwoordig een spoorlijn
van Kampen via Dronten en Lelystad naar Amsterdam.
Ik mocht predikant worden, en heb sindsdien
alle tijd van de wereld om met mensen onderweg te zijn.
Het is een wonderlijk voorrecht reisgenoot te zijn,
om samen met anderen op het spoor van Jezus Christus gezet te worden.
Als predikant kom je van alles en iedereen tegen:
de hangjeugd op het balkonnetje tussen twee treinstellen,
eersteklas gelovigen met een zekere bestemming, download
onrustige pendelaars tussen kerk en kroeg.
Soms zien mensen je aan voor conducteur –
alsof het de predikant erom gaat, je te controleren. Anderen verwarren je nog wel eens met de machinist – alsof de dominee de beroepsgelovige is
die plaatsvervangend de levensreis van anderen veiligstellen kan. Die dingen laat ik aan een Ander over, aan de enige ware Leidsman.
Ik heb slechts één taak: ik zoek anderen op,
en rond mijn Bijbel raken we aan de praat.
Over God, over de kerk, over onze levensreis en onze bestemming.
De reis duurt nu al vier-en-een-half-jaar
en het gaat allemaal in sneltreinvaart:
45 dopelingen, 50 belijdeniscatechisanten, 39 begrafenissen,
ontelbaar veel vergaderingen en bezoeken.

Ik heb het nooit zo gezien, en ik zie het nog niet: die ´hopeloos verloren kerk´.
Zeker: bepaalde vórmen zijn hopeloos verloren.
Voor mij en mijn generatie is het niet meer dan logisch dat kerkmensen
in onze tijd moeten leren onderscheiden tussen bagage en ballast.
Maar zulke processen zie ik niet als teken van ‘hopeloosheid’;
het is eerder een gedwongen concentratie op wat écht wezenlijk is.

Dat écht wezenlijke is voor mij het geloofsgesprek
over de kern van het christelijk geloof: Jezus, de Opgestane Heer.
Waar reisgenoten met elkaar in gesprek blijven over dat Ene nodige,
dáár is toekomst voor de kerk. Maar waar zij teleurgesteld vroegtijdig uitstappen, dáár is de kerk inderdaad pas écht verloren. Goede reis!

 Ds. Arjan Berensen MA is predikant van de Gereformeerde Kerk (PKN) te Enter.
Deze column wordt in april 2014 geplaatst in ‘Christelijk Weekblad’.

 


About Author

ds. Arjan Berensen

Predikant van de Witte Kerk in Nieuw-Vennep, onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland. Meer info of contact

1 Comment

Jan

29 maart 2014 at 10:05 pm

Mooi verhaal van je reis. 4,5 jaar is al een mooie trip! Wens je veel jaren erbij! Misschien … kunnen we met Jokoenda ,n keertje samen reizen, net als toen in de boot…. Groeten van Jan

Leave a Reply

AlphaOmega Captcha Classica  –  Enter Security Code
     
 

Website Protected by Spam Master


Predikant in de praktijk