Smakelijk preken

  • 0

Smakelijk preken

Category : Homiletiek

Een preek is proviand voor onderweg. Geestelijk voedsel: bedoeld om aan te sterken, gezond te blijven en op te groeien in het christelijk geloof. In ‘Predikant in de praktijk’ doen voorgangers inspiratie op voor nieuwe ‘recepten’, terwijl geïnteresseerde gemeenteleden een fascinerend kijkje in de keuken van de predikant nemen.

Proeven van de preek
In het boek Predikant in de praktijk spreken 19 voorgangers zich praktisch en prikkelend uit over preken en preekvoorbereiding. Zij komen uit zes verschillende kerkgenootschappen, en vertegenwoordigen een variatie in geslacht, kerkelijke oriëntatie, leeftijd en ervaring. De lezer wordt langs een ontdekkingstocht gevoerd, waarbij alle voorgangers zich uitspreken over 18 thema’s die de preekvoorbereiding aangaan. Het gaan om vragen als ‘hoe bepaalt u uw doelgroep, en welke rol speelt deze in uw preekvoorbereiding?’ of: ‘ligt u wel eens wakker in de nacht van zaterdag op zondag, of van zondag op maandag?’ Al lezende vormt de fijnproever zich zelfstandig een beeld van de vele praktische keuzes die elke voorganger iedere week tijdens de preekvoorbereiding te maken heeft.

De volgende predikanten werkten mee aan Predikant in de praktijk: Richtsje Abma, Bert Altena, Karin van den Broeke, Jos Douma, Kees van Dusseldorp, Hilbrand van Eeken, Bert Karel Foppen, Jantine van Iersel-Veenhof, Mirjam Kollenstaart-Muis, Reinier van Kooten, René van Loon, Henk van der Meulen, Hendrik Mosterd, René van der Rijst, Hester Smits, Willem Smouter, Ilonka Terlouw, Frans Willem Verbaas en Jan Wolsheimer. De samenstelling is verzorgd door Arjan Berensen, die zich als theoloog toelegt op missionaire homiletiek in de context van een postchristelijke samenleving.

De smaak te pakken krijgen
In het boek ligt veel ervaringskennis besloten. In de eerlijke weergave van die persoonlijke praktische ervaring schuilt de meerwaarde ervan. Het roept op tot reflectie naar de eigen preekvoorbereiding, als spreker of hoorder: wat is een preek volgens jou precies, en wat verwacht je ervan? Zo’n reflecterend leesproces maakt het lezen van dit boek tot een persoonlijke leerweg. Bij wijze van voorbeeld, haal ik hier twee elementen naar voren die mij opvielen.

Het eerste is dat vrijwel alle voorgangers ‘de smaak van de preekvoorbereiding te pakken hebben’. Preekvoorbereiding wordt ervaren als een wezenlijk, relevant en boeiend onderdeel van het predikantswerk. Bert Altena schrijft bijvoorbeeld: ‘Het heeft wel wat om een stief kwartier te kunnen spreken, ononderbroken en onweersproken. En dat voor een – in de regel – aandachtig en welwillend gezelschap. Menig leraar zou jaloers zijn!’ Deze positieve ervaring met de preekvoorbereiding maakt ook dat de meeste voorgangers die taak verhoudingsgewijs tot de meest uitgebreide van hun werkweek maken. Het stemt ook overeen met wat buiten de kerkelijke context wordt ingezien: spreken mag weer, ted-talks zijn ‘in’, Obama’s speeches een begrip.

Hoewel de voorgangers zeer diverse theologische opvattingen aan de dag leggen, hebben zij met elkaar gemeen dat zij ‘geloven in de preek’. Zij maken werk van hun preken, omdat zij de verwachting hebben dat de preek iets wezenlijks uitwerkt. Daarbij gaat de voldoening van de preekvoorbereiding de eigen homiletische professionaliteit te boven, want zij wordt door vele scribenten expliciet verbonden aan een stuk geloofsverwachting: de preek werkt, omdat Gód er doorheen werkt! ‘Een preek is voor mij de levende stem van God. Ik weet me geroepen om die stem ‘geluid’ te geven’, schrijft iemand. Een ander formuleert indirecter, maar nog altijd blijft duidelijk dat preken voortkomt uit een geloofsproces: ‘Ik heb een enorme drive om iets van de liefde van God die ik zelf ontdekt heb door te geven aan anderen.’

Daarnaast duiden een aantal voorgangers hun ‘geloof in de werking van de preek’ aan de hand van reacties die zij van hoorders krijgen. Die reacties blijken er met regelmaat te zijn, blijkens de woorden van René van Loon: “Regelmatig hoor ik dat iemand in een preek precies antwoord kreeg op een vraag waar hij of zij mee rondliep. Daar wist ik natuurlijk niets van bij de voorbereiding. Het geeft aan dat de heilige Geest werkt, en dat maakt me heel nederig en ook heel dankbaar. Kennelijk mag ik een instrument zijn in de liefdevolle handen van God…’”

Kortom: als het aan voorgangers ligt, mag de preek in de Protestantse Kerk in Nederland het volle pond krijgen. De preekvoorbereiding is voor hen een lichte last en een zacht juk. Het zwaarwegend gevoel van ‘elke zondag premiére’ en de druk van een week ingespannen ambachtelijk werk, weegt uiteindelijk niet zwaarder dan het geloofsvertrouwen dat de preek dienstbaar is aan de opbouw van Gods Koninkrijk. Dat vertrouwen geeft visie voor- en voldoening in het werk. Laat de kerk van 2025 een prekende en preekluisterende gemeeenschap blijven!

Inspiratie
We ontdekten, hoe voorgangers geloofsverwachting van de preek hebben. Mijn tweede waarneming ligt in het verlengde daarvan: het betreft het moment waaróp zij met name de werking van de heilige Geest tijdens het preekproces verwachten.

Uiteraard is de heilige Geest altijd en overal aanwezig, maar het moment waarop de prediker zich bewust van die aanwezigheid is, kan variëren. Onder invloed van actuele homiletische trends – zoals die bijvoorbeeld zichtbaar worden gemaakt door organisaties als Passie voor Preken en Geloofwaardig spreken – viel te verwachten dat de scribenten de werking van de Geest vooral tijdens het houden van de preek zouden verwachten. Een belangrijk accent in de nieuwere homiletiek ligt immers op de performance; een praktische trend is het toenemend gebruik van de mindmap (een grafische weergave van kernwoorden). Meer dan in vorige decennia zijn homiletici er zich van bewust, dat de preek pas ‘af’ is, zodra deze door de hoorder is gehoord én verwerkt. Michael J. Quicke heeft het in dat kader over ‘360 degree preaching’. Dit verwerkingsproces van hoorders is een actief proces, en daarom zal de prediker ook actief contact moeten zoeken met die hoorder. De toenemende nadruk op een sterke performance is dus méér dan een cosmetische ingreep: het is theologische noodzaak. Gods Geest wérkt, zodra prediker en hoorder actief met elkaar rond het Woord in gesprek raken. Een preekluisteraar is geen consumerende theaterbezoeker, maar in zekere zin deelnemer aan de preek.

Maar nu valt mij in deze reacties van voorgangers in Predikant in de praktijk op, dat veel voorgangers zich bewuster lijken te zijn van hun eigen verantwoordelijkheid dan van die van hun hoorders. De werking van de Geest wordt primair verwacht in de voorbereiding op de eredienst. Praktischer gezegd: de meeste voorgangers schrijven hun tekst uit, het mindmappen lijkt op z’n retour – ook onder jongere voorgangers. De ruimte voor improvisatie is veelal beperkt. Mijn voorzichtige indruk is dat collega’s de kracht van hun preek vooral zoeken in de kwaliteit van een goed geformuleerde, zorgvuldig uitgedachte tekst: ‘Ik ben het niet eens met de stelling dat de heilige Geest beter of meer werkt als je zonder uitgeschreven tekst preekt. Ik geloof dat de heilige Geest in de voorbereiding en bij het schrijven van de preek aanwezig is. Daar bid ik ook om.’ Nu pleit veel voor deze benadering: zij is ook niet wezenlijk in strijd met de nadruk op performance. Tegelijkertijd blijft daarbij een open vraag, of en hoe spontaniteit en interactie een voertuig van de Geest kunnen zijn – en in hoeverre het preekproces niet alleen gevormd wordt door de prediker, maar ook door hoorder.

N.a.v.: A.P. Berensen (red.), Predikant in de praktijk, Boekencentrum Uitgevers, 17,90, ISBN 978 90 239 70453
Verschenen in: Woord & Dienst, maart 2016


About Author

ds. Arjan Berensen

Predikant Witte Kerk Nieuw-Vennep.

Predikant in de praktijk