Toerustingspreek Psalm 67

Psalm 67

toerustingsdienst ‘missionaire gemeente’
260317av WK

Gemeente van de Here Jezus Christus, 2050w.

Wij houden ons dit jaar bezig met de Psalmen.

Over het algemeen zijn Psalmen geliefd.

Dat komt doordat ze

gevoelens en gedachten verwoorden

die we uit onze eigen levens herkennen.

Iemand zei mij zelfs eens:

‘de Psalmen lenen mij woorden

om te zeggen wat ik zelf niet kan zeggen.’

Een Psalm als leenwoord:

woorden uit andermans pen,

en tegelijkertijd:

woorden uit je eigen hart.

Nu lazen wij uit Psalm 67.

Die Psalm lijkt een uitzondering op de regel.

Psalm 67 laat zich minder goed lenen

om op ons leven overgezet te worden.

En als dat al gebeurt,

dan meestal vanuit de verzen 1 en 7 van die Psalm.

Daar gaat over God die rijke zegen aan gelovigen geeft.

Het verlangen naar die zegen herkennen wij wel,

en daarom ligt het voor de hand juist

dat aspect uit deze Psalm te halen.

Dat verklaart waarschijnlijk ook,

waarom Psalm 67 populair is op Bid- of dankdag.

 

Toch is het nog maar de vraag,

of de verzen 1 en 7

wel de diepste kern van deze Psalm vormen.

Er zijn toch ook nog de verzen 2 tot en met 6?

Als je de kern van een Psalm op het spoor wilt komen,

heb je een doos kleurpotloden nodig.

Want zodra je in een Psalmtekst

alle woorden die hetzelfde zijn of op elkaar lijken

met eenzelfde kleur potlood onderstreept,

kom je spoedig de hoofdgedachte op het spoor.

Bij Psalm 67 ontdek je op die manier

dat de woorden ‘dat de volken U loven’ viermaal voorkomen.

De vierdubbele letterlijke herhaling

kun je lezen als een uitroep

die dubbel en dwars onderstreept wordt:

dat de volken u loven, God!’.

En als je goed verder leest,

ontdek je dat dezelfde gedachte

in iets andere woorden nog driemaal voorkomt.

Als je een bijbel bij je hebt, kun je het zo zien.

In vers 3a: ‘dan zal men op aarde uw weg leren kennen.’

Vers 5a: ‘laat de volken juichen van vreugde’.

Vers 8b: ‘zodat men ontzag voor God heeft..’

Drie keer gaat het hier over mensen

die tot geloof in de Here God zullen komen.

Deze Psalm 67 roept dus

zeven keer hetzelfde verlangen uit.

Het verlangen dat elk mens God leert kennen

en ieder volk Hem zal aanbidden:

’dat de volken U loven, God’.

Psalm 67 is voluit een missionaire Psalm.

De bidder bidt intens roepend tot de Here:
‘Heer, bekeer velen tot U, 

want dat is Uw verlangen
en mijn gebed sluit bij dat verlangen aan’.

~

Psalmen zijn vaak herkenbaar…

maar deze Psalm 67… is die dat ook?

Hoe vaak bidden jij en ik dit gebed eigenlijk:

‘Heer, laat alle mensen U leren kennen’?

Gebruiken wij deze leenwoorden dagelijks:

‘dat de volken U loven, God?

Brandt ons hart, gemeente,

dat er mensen tot geloof zullen komen –

hier en nu,

in dit 2017,

in ons dorp,

via onze gemeente?

Of… durven we zo’n gebed niet meer te bidden?

Staat het eerlijk gezegd ver van ons af,

dat missionaire verlangen waar deze Psalm van spreekt?

Durven wij deze woorden niet over te nemen,

omdat we er eigenlijk niet meer in kunnen geloven?

Zien we wellicht deze woorden over het hoofd,

omdat we te druk zijn met het gebed voor onszelf?

Dat gevaar is realistisch:

dat je Psalm 67 wel bidt

met het oog op zegen voor jezelf,

voor een rijke oogst voor jezelf,

voor Gods vriendelijk aangezicht voor jezelf…

maar dat wat dezelfde Psalm over anderen zegt

aan dovemansoren gericht is…

Dat zou zonde zijn, in alle betekenissen van dat woord.

Want als we vers 8 eens nader bekijken,

dan zien we dat het gebed om zegen

in een heel specifiek kader staat.

Vers 8 zegt:

Moge God ons blijven zegenen,

zodat men ontzag voor Hem heeft

tot aan de einden van de aarde.

En in vers 1 klinkt iets soortgelijks:

God, wees ons genadig en zegen ons, (…) 

dan zal men op aarde uw weg leren kennen,

in heel de wereld uw reddende kracht.

Met andere woorden:

Psalm 67 is niet zozeer een Biddag-psalm

waarin we bidden om zegen om de oogst,

waardoor wij een goed leven

inclusief een dik-belegde boterham kunnen hebben.

Psalm 67 is een missionaire Psalm,

waarin wordt gebeden

dat Gods goedheid in onze levens komt,

opdat anderen daardoor jaloers op ons zullen worden,

en zij zo naar Gods liefde leren verlangen.

Het is niet gebed om zegen-om-het-gezegend zijn,

maar gebed om zegen-om-tot-een-zegen te zijn.

Psalm 67 bidt dat God mensen

tot geloof zal laten komen,

ook door de manier waarop wij ons leven beleven.

Dat zij nieuwsgierig zullen worden gemaakt

naar het hartsgeheim van ons bestaan:

de liefde van de Here God,

de Schepper van alle dingen.

 

Psalm 67 werd gelezen op het Joodse wekenfeest.

Dat was een oogstfeest

waarbij de eerste opbrengst van het land werd gevierd.

Handelingen 2 beschrijft hoe op een dag

tijdens de viering van dat feest

het Pinksterfeest werd:

de eerste opbrengst van de heilige Geest wordt gevierd.

Ook in Psalm 67 zit die dubbele laag:

hier gaat het niet om zegen in de zin van spullen of voedsel,

maar om de zegen dat mensen

de Here zullen leren kennen.

Het gaat niet zozeer om de oogst van de akkers,

het veel meer om velden die wit zijn komt te oogsten.

Dat de volken U love, Here!

 

Missionair gemeente-zijn begint bij dit gebed.

Gebed, om oogst. Menselijke oogst.

Gebed, om vangst. Menselijke vangst.

Gebed, dat ons vissers van mensen maakt.

Smeken en bidden,

dat God mensen zal toevoegen aan Zijn kudde –

missionair werk begint in de binnenkamer.

En de Psalmist leert ons deze woorden bidden:

net zo lang totdat ze niet meer vreemd voor ons zijn…

~

Maar wat kun je doen,

als je voor jezelf merkt

dat het gebed voor het missionair werk

tot dusver nog niet je hart heeft gehad?

Dat het gebed voor hen die verloren dreigen te gaan,

verloren is gegaan in jouw gebedsleven?

Ik geef vanavond drie praktische hints.

Wellicht kunnen die je helpen

intenser voor het missionair kerk-zijn te gaan bidden.

 

De eerste is: praat met ervaringsdeskundigen.

Het is mijn ervaring

dat het missionair verlangen het grootst is

bij hen die zelf op latere leeftijd tot geloof zijn gekomen.

En trouwens ook bij hen,

die daar van dichtbij getuige van waren.

Wie christelijk is opgevoed,

weet niet beter dan dat God voor je zorgt.

Wie later tot geloof komt

ziet makkelijker dat zoiets niet gewoon is.

Daarom: wie enthousiast wil worden

over de verandering die de Here

in mensenlevens kan brengen,

kan daarvoor terecht bij het

het getuigenis van ervaringsdeskundigen.

Missionair werk is niet alleen iets dat moeite kost,

het is ook iets dat vreugde brengt.

Denk maar aan de verloren zoon:

de Vader is blij als de zoon terugkomt,

en vervolgens vraagt Hij dat zijn oudste zoon dat ook is.

En als de oudste zoon dat niet is…

laat hij dan vooral in gesprek gaan met de jongste zoon.

Het getuigenis van ex-zoekers en zoekers

maakt ons gebed meer tastbaar en concreet.

 

Daarmee komen we ook bij onze tweede handreiking:

verdiep je in manieren waarop God werkt.

Theoloog Stuart Murray

wijst erop dat niet-kerkelijke mensen

vaak via een andere weg tot geloof komen

dan kerkelijke mensen verwachten.

Kerkmensen, zegt Murray,

denken vaak via de lijn behave-belief-belong.

Van zoekers wordt verwacht dat

ze zich eerst zo gaan gedragen zoals wij

(in het engels: behave).

We vinden bijvoorbeeld dat ze eerst maar eens

wekelijks naar de kerk moeten komen.

Vervolgens verwachten we dat zoekers

gaan geloven zoals wij (in het engels: belief).

We vragen hen dat ook te tonen,

bijvoorbeeld door het afleggen van geloofsbelijdenis.

Als ze dat hebben gedaan,

dan mogen ze ook bij ons horen (engels: belong).

Maar uit onderzoek blijkt

dat de route vaak anders is!

Als mensen christen worden,

ervaren ze vaak eerst dat ze ‘erbij horen’ (belong).

Ze voelen zich bijvoorbeeld gezien

als ze mogen meedoen bij een groeigroep

of op een koffie-inloop-ochtend.

Vanuit verbondenheid met mensen

kan vervolgens ook verbondenheid met God ontstaan.

Er groeit dan geloof – belief -.

Vervolgens – daarna pas dus –

gaat men zich meer gedragen

zoals de rest van de kerkelijke gemeenschap:

kerkgang, geloofscursus, vrijwilligerswerk – behave.

Je begrijpt vast al wat er misgaat

als deze twee lijnen door elkaar gaan lopen.

Een zoeker die verlangt ‘erbij te mogen horen’,

begrijpt de opmerking van een christen niet

‘dat wie christen wil zijn, 

eerst maar eens naar de kerk moet komen.’

Het was een stuk makkelijker voor ons geweest

als Psalm 122 de missionaire Psalm was:

‘Kom, ga met ons, en doe als wij’.

Maar zo werkt het in de praktijk vaak niet,

en zo simpel is het al helemaal niet.

Ervaring leert dat missionair werk

een kwestie is van langdurige relaties aangaan.

Van de ander oprecht het gevoel geven

dat er ook voor hem of haar plek is in Gods hart.

Het zijn vaak processen

van veel tijd en een lange adem.

Voor ons gebedsleven betekent dit,

dat we volhardend moeten bidden.

Dat betekent: langere tijd achtereen,

en lange tijd achtereen voor dezelfde persoon

de hemel bestormen met gebed om verandering.

Zulk volhardend gebed oefent ons in liefde:

voor de Here God, die mensen tot Hem trekt –

voor je naaste, die je niets liever gunt dan Gods liefde.

Het is verlangend bidden:

wachten op de Here God,

wachten op wat Hij in andermans leven doet.

 

Een laatste manier om het gebed

voor hen die de Here nog niet kennen

aan te wakkeren: vecht tegen kleingeloof.

Naar de mens gesproken

is Psalm 67 een vreemde Psalm.

‘Dat de volken U love’ –

let wel: dat gebed werd uitgesproken

door een volkje dat zelf maar nietig was.

Israel was in die dagen klein in getal.

Grootmachten als Assyrie, Babel, Egypte –

dié blonken uit in getal en macht en cultuur.

Maar Israel… stelde menselijkerwijs weinig voor.

Bidden dat alle andere volken God zouden gaan loven,

lag beslist niet voor de hand.

En wie alleen z’n ogen gelooft,

zal zo’n gebed ook niet snel bidden.

Toch legt de Bijbel ook ons dit gebed in de mond.

En juist omdat dit gebed ons verlegen maakt,

maakt het ook ons besef van afhankelijkheid groter.

Dit is werkelijk iets dat wij zelf niet kunnen,

een ander tot God leiden –  dat kan Hij alleen.

Dit gebed laten verstommen

omdat het je te grote woorden zijn,

getuigt van een klein geloof.

Wie z’n verwachtingen laat afhangen

van aardse omstandigheden,

heeft van gebed weinig te verwachten.

Maar wie alles verwacht van de Ene ware God,

heeft des te meer reden meer en meer intens te bidden,

om van Hem alles te verwachten.

‘Vechten tegen kleingeloof’,

ik denk dat daar nog een tweede variant van bestaat.

Naast dat kleingeloof ons gebedsleven kan aantasten,

kan het ook ons kerkelijk leven raken.

Het kan gebeuren dat christenen

‘missionair werk’ als een bedreiging zien.

Zij zien missionair werk dan als

een serie activiteiten die ‘ook nog’ gedaan moeten worden;

terwijl het ‘gewone’ kerkelijk werk ook al zoveel moeite kost.

De gedachte is dan al snel:

‘laten we de beperkte energie die er is

vooral investeren in mensen die betrokken zijn’.

Zulke gedachten zijn begrijpelijk,

en toch zijn ze niet correct.

Niet alleen omdat het nog maar zeer de vraag is

of missionair werk per se extra vrijwilligerswerk inhoudt.

Andere missionaire gemeentes

gaan vaak inzien

dat missionair gemeente-zijn

geen kwestie is van harder werken,

maar doelgerichter werken.

Maar zulke gedachten zijn vooral niet correct,

omdat ze getuigen van een gebrek aan geloof.

Als de Here het op onze harten legt

een missionaire gemeente te willen zijn,

zou Hij met dat verlangen dan ook niet alles geven

wat daarvoor nodig is?

‘Dat de volken U love, Here’ –

het kan kleingeloof zijn,

als we dat gebed als bedreiging zien

in plaats van een weg

om tot gemeente-zijn tot haar hoogste doel te brengen.

 

slot

Na de verkiezingen is het kabinet ‘demissionair’ geworden.

Het heet nog wel kabinet:

maar het maakt geen wetten meer

en het bestuurt het land niet meer,

het past een beetje op de winkel

totdat de formatie gereed is.

Zo kan ook een kerk ‘de-missionair’ worden.

Het heet nog kerk,

maar het past slechts op de winkel,

zij bestaat alleen nog om zichzelf te handhaven.

De theoloog Dietrich Bonhoeffer schreef:

‘de kerk is pas écht kerk, als zij er is voor de wereld’.

Een kerk is pas kerk, als zij missionaire kerk is.

Laten we bidden dat God zijn Kerk zegent,

opdat ‘de volken Hem love’.

AMEN