Gebruik minder kerkelijke taal

Ds. Arjan Berensen pleit voor een ‘Kerk in gewone taal’. Hij daagt christenen uit tot zelfonderzoek. Waar ligt de grens tussen gelovige taal die het Evangelie dient, en ‘kerkjargon’ die onnodige drempels opwerpt?

Pavlov
Het voorstel voor een ‘kerk in gewone taal’, gedaan op Twitter, roept Pavlov-reacties op. Theologen staan in de rij om daar argumenten tegen aan te dragen. De eerste van hen zegt dat het Evangelie wel eenvoudig is, maar niet simplistisch. Een ander zal betoogt dat het Evangelie een Mysterie is. Een derde stelt dat een zeker taalkleed de plaats van het bijzonder ambt kan onderstrepen.
Deze argumenten zijn allen ook waar. Maar mijn vraag is of daarmee kritische vragen naar de houdbaarheid van bepaalde kerkelijke taal ook voldoende beantwoord zijn. Ik denk van niet. Daarom wordt het tijd de discussie over begrijpelijke kerkelijke taal een spade dieper te steken.

neiging
Kerkelijke taal wordt onderdeel van kerkelijke traditie, en daarmee van kerkelijke identiteit. Dat is een menselijke neiging, maar niet in alle gevallen een geheiligde menselijke neiging.
Er gaat bijvoorbeeld niets van het Evangelie verloren als een ‘kerkvoogd’ voortaan een ‘kerkrentmeester’ of zelfs ‘beheerder’ heet. Er wordt wel gewonnen aan communicatiekracht richting beginnende gelovigen, zoals zoekers en jongeren. ‘Voogd’ klinkt in hun oren namelijk bevoogdend, en daarom negatief. Toch ken ik legio kerken waar nog een ‘kerkvoogdij’ bestaat – 13 jaar nieuwe kerkorde met die nieuwe naamgeving erin ten spijt. De ongeheiligde menselijke neiging is hier dat men vasthoudt aan vertrouwde begrippen, zelfs als de inhoud ervan nog door weinigen juist begrepen wordt.

Toen ik mijn dochter van zes onlangs vroeg wat een ‘kindernevendienst’ zou kunnen zijn, bleek uit haar reactie dat ze daarbij dacht een een kerkelijk tienerprogramma voor de zonen van mijn zus (hun neven). En ik herinner mij, hoe ik als kind bij een collecte voor ‘kerkelijke kassen’ dacht aan paprika’s en tomaten.

Toen ik mijn dochter (6) vroeg wat ‘kindernevendienst’ zou kunnen zijn, bleek dat ze daarbij dacht een een kerkelijk tienerprogramma voor de zonen van mijn zus (hun neven)

Wie op een gemiddelde zondag eerlijk kerkelijke afkondigingen beluistert, weet dat er meer van dit type ‘kerkjargon’ is. Het zijn technische termen, ingesleten in het DNA van kerkgangers. Maar juist zulke technische termen verliezen gemakkelijk aan betekenis en beleving bij beginnende gelovigen, waaronder jongeren en zoekers. Niet zelden trouwens ook bij ervaren gelovigen. Daarom is het onnodig, en zelfs schadelijk, zulk kerkjargon verabsoluteren. Als onze eigen kinderen onze kerkelijke taal niet meer begrijpen, hoe zouden zoekers ons kunnen volgen? 
Kritische vragen daarover, gesteld door beginnende gelovigen aan het adres van ervaren kerkgangers, zijn heilzaam voor de kerk. Die mogen we beslist niet wegwuiven met een beroep op de hoogheid van het Evangelie. In een aantal gevallen is kerkelijk sentiment eerder de werkelijke reden voor het handhaven van zulke kerkelijke begrippen dan het Evangelie.

kloof
Natuurlijk: ‘begrijpelijk’ is iets anders dan ‘simpel’. Kerkgangers hoeven niet kinderachtig benaderd te worden. Kerkelijke taal moet optimaal inhoudelijk zijn. En beginnende gelovigen hebben een verantwoordelijkheid om nieuwe taal te leren. Maar dat vaststellen is niet het eind van alle vragen, maar het begin.

Ongeveer 70% van alle Nederlanders denkt op VBMO of MBO-niveau. Er is een maatschappelijke trend, die rekening houdt met steeds minder taalvaardige Nederlanders. Overheden publiceren folders ‘in gewone taal’, bedrijven communiceren minder formeel dan voorheen, scholen houden rekening met leerlingen met leesproblemen. Maar de kerken houden veelal stug vast aan alle kerkelijke taal.
Soms lijkt het alsof begrippen uit de traditie van het kerkelijk leven (zoals kindernevendienst, scriba, nabetrachting, emeritaat) voor ons dezelfde principiele waarde hebben als direct bijbelse woorden zoals vergeving, verzoening en verlossing. Ik signaleer een spanning: kerken uit de Reformatie zijn zeer gehecht aan een Bijbel in hun eigen Nederlandse taal. Maar intussen lijken ze soms ze even zeer gehecht aan zondagse mededelingen die vol staan van latinismen en archaïsmen. Beseffen we wel hoe diep de taalkloof tussen kerk en wereld is, ook op punten waar daartoe geen inhoudelijke noodzaak bestaat?
Christus navolgen vraagt erom dat wij de taalwereld van de Bijbel leren kennen. Dat is een levenslang leerproces, waarin woorden voor de leerling voortdurend aan betekenis en inhoud winnen. Maar de taal van het Evangelie leren kennen is iets anders dan ingewijd moeten worden in kerkelijk jargon. Het eerste is nodig, en heilzaam. Het tweede is overbodig, en triest.

dienen
Het onderscheid tussen inwisselbaar ‘kerkjargon’ en onopgeefbare geloofstaal is soms dun. Dat maakt dit debat spannend; misschien dat we haar daarom bij voorkeur vanuit een Pavlov-reactie voeren. Laten we eerlijk luisteren naar hen die moeite hebben met onze kerkelijke taal. Het is Bijbels het Evangelie bedienen in een taal die landt bij de hoorder. Laten de taalvaardigen der kerk, met predikanten voorop, Christus ook dienen door – net als Hij – helder te zijn in de boodschap, maar eenvoudig in taalgebruik.

Arjan Berensen is (missionair) predikant in de Haarlemmermeer.
Dit artikel verscheen op 10 februari 2018 in Nederlands Dagblad.

2 Replies to “Gebruik minder kerkelijke taal”

  1. Miul

    Ik sluit me als Vlaming zeker aan voor verdere uitleg. Per slot van rekening hebben wij, ‘anderstaligen zoals o. m. Vlamingen minder en minder met het angelsaksisch Nederlands.’
    Michel.

  2. Arjan Slagman

    Was een groot wonder met Pinksteren niet dat iedereen, Petrus kon verstaan in zijn / haar eigen taal?? de zender / spreker, werd door de Heilge Geest afgestemd op de ontvanger / toehoorder. Wat een rijkdom. Natuurlijk is de Geest niet gebonden on het alleen zo te kunnen, maar ik denk dat daar wel een les in zit.
    Iedere vertegenwoordiger van een boodschap zal zijn best doen de “klant” aan te spreken op het juiste niveau. Laten we dit meenemen. Maar niet alleen (s)prekers op de zondag. Ook u, en ik, op die andere 6 dagen van de week.
    Wijsheid daarin gewenst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

AlphaOmega Captcha Classica  –  Enter Security Code