De beamer & de preek: 10 tips

In steeds meer kerkgebouwen worden beamers geïnstalleerd. Deze technische innovatie zou vooruitgang kunnen betekenen voor gemeentezang en kerkmuziek. Daarnaast bieden beamers mogelijkheden voor predikanten. De meest gebruikte toepassing is het projecteren van de hoofdlijn van de preek tijdens de zondagse eredienst.
Mijn ervaring is dat gemeenteleden zo’n ondersteunende rol van de beamer bij het preekproces zeer waarderen. Tenminste, mits die beamer ‘dienend’ wordt ingezet. Dat is niet het geval, als de beamer wordt gezien als ‘toverlantaarn’ die de preek moet ‘opleuken’. Dan domineert de beamer het preekproces en leidt zij daar alleen maar bij af. Het verschil tussen opbouwend beamergebruik en afleidend beamergebruik tijdens het preekproces blijkt subtiel te zijn.
Daarom 10 korte tips:

1. Wees kort.
Zet nooit meer dan 10 woorden of één afbeelding op één dia.
De presentatie ondersteunt jouw gesproken woord, je geeft niet een toelichting op de getoonde presentatie!

2. Zet alle overbodige overgangs-effecten uit.
Wissel zeker niet meerdere effecten af in één presentatie.

3. Overkill werkt averrechts.
Laat je presentatie niet té veel dia’s omvatten: doe je dat wel, dan creëer je een TV-effect: de toehoorder gaat lui achterover zitten, om zich vervolgens in een stroom van beeldwisselingen te laten meevoeren. Daarbij is geen sprake meer van een bewuste, actieve luisterhouding. Niet alleen de prediker, ook de hoorder zou tijdens het preekproces ‘een harder werker’ moeten zijn. Maak je toehoorders niet lui!
(Trouwens: zo flitsend als op TV krijg jij jouw presentatie toch niet, dus probeer dat ook niet!).

4. Zet niet iedere tekst op een aparte dia, maar geef verbanden binnen één dia weer.
Afgelopen zondag sprak ik in een jongerendienst over drie soorten ‘weggelopen’ schapen. Wanneer je deze drie soorten op drie dia’s zet, maak je de onderlinge samenhang daartussen niet zichtbaar. Juist door -bij elke besproken soort- één regel aan de dia toe te voegen, wordt de structuur in je preek letterlijk zichtbaar. Met name jongeren met een visuele leerstijl (een grote groep) zijn vatbaar voor de wijze waarop de aangeboden gegevens gegroepeerd worden.

5. Projecteer geen letterlijke preekzinnen.
Het geeft de (onterechte) indruk dat je een lesje opleest. Preken is een levende belevenis, geen droog betoog! Kies liever voor kernwoorden dan voor letterlijke citaten.

6. Zorg dat prediker en projectiescherm in één blikveld staan.
Kerkgebouwen zijn meestal niet gebouwd op ‘het digitale tijdperk’. Daarmee valt het niet altijd mee om het projectiescherm een ´natuurlijke´ plaats te geven. Ik ken meerdere kerkgebouwen waarbij de kerkganger niet in één oogopslag zowel kansel als scherm kan zien. Tijdens gemeentezang is dat niet zo´n probleem. Tijdens de verkondiging echter wél: bij iedere dia-wisseling moet de hoorder immers het oogcontact met de prediker verbreken om op het scherm te kunnen kijken. Dat vraagt om extra concentratie voor de toehoorder en ‘luistert’ daarom extra vermoeiend. Ook voor de prediker kan dit effect afbreuk doen aan contact met toehoorders.
Het omgekeerd is overigens ook waar: wanneer de prediker tijdens de preek zélf het projectiescherm niet kan zien, mist hij een gedeelte van de ervaring die kerkbezoekers wel krijgen – en beleeft zijn eigen preek dus per definitie anders dan zijn toehoorders. Een scherm op of tegenover de kansel is daarom onmisbaar.

7. Timing is cruciaal
Wat je zégt, en wat er ‘in beeld’ staat moet inhoudelijk met elkaar corresponderen. Als dit niét het geval is, zullen je hoorders -die leven in een beeldcultuur- onbewust voorrang geven op het geprojecteerde beeld boven het gesproken woord. Wie zegt: ‘sta op’ en  gelijktijdig op de beamer zet: ‘blijf zitten’, zal merken dat de gemeente blijft zitten… beeld ‘wint’ het altijd van woord!
Bovendien krijgt de kerkganger op zulke momenten twee impulsen te verwerken: een auditieve en een visuele. Hoewel de visuele prikkel voor de meesten van hen uiteindelijk het krachtigste zal overkomen, duurt het toch enige tijd voordat ogen en oren het met elkaar ‘eens worden’. In die fracties van seconden kan men zó afgeleid zijn, dat beiden niet duidelijk overkomen waardoor de netto-aandacht verslapt. Om deze reden ben ik ook – wanneer ik in de kern van mijn preek zit, minder geneigd om datzelfde moment ook van dia te wisselen.

De prediker doet er slim aan, ‘timing’ letterlijk in eigen hand te houden. Ik gebruik daarvoor een afstandsbediening, speciaal voor beamers: een presenter-pointer. Deze kosten slechts enkele tientjes.

8. denk aan de kwetsbare kerkganger
In vele kerken luisteren er gemeenteleden mee via kerkradio. Bedenk je, dat zij het beamerbeeld niet zien. Een preek-inleiding met een foto kan in de kerkzaal goed werken, maar de luisteraars thuis ontgaat de clou! Je kunt overwegen zulke afbeeldingen vooraf te laten bezorgen, of je zult tijdens de dienst toch iets van het beeld in woorden moeten uitdrukken. Leg desnoods expliciet aan de kerkgangers uit, dat je nu de mensen thuis bij de radio even uitlegt welk beeld wordt vertoond. Voor dia’s met kernwoorden gaat dit uiteraard niet op. Overigens: wie kerk-tv heeft, kan het beamersignaal aansluiten op het kerk-tv-kanaal, zodat kijkers thuis ook het beamerbeeld live kunnen zien.
Naast kerkradio-luisteraars zouden er in de kerkzaal kerkgangers met epilepsie of visuele beperkingen kunnen zitten. Denk ook aan hen!

9. Test de presentatie vooraf in de kerkzaal.
Wat er op jouw PC-scherm goed uitziet, kan in de kerkzaal een stuk slechter uitzien (vanwege de grotere beeldmaten en andere lichtinval, andere beeldverhoudingen). Bedenk je ook, of vormgeving en kleuren van de presentatie passen bij het interieur van je kerk. Test de presentatie op een dagdeel dat gelijk is aan het dagdeel waarop de kerkdienst plaatsheeft (lichtinval op een winteravond is anders als op een zomermorgen).

10. Kies een vaste huisstijl en houd je daar aan.
Ten eerste, omdat je op den duur precies weet, welke lettertypes en -groottes goed leesbaar zijn in ´jouw´ kerkzaal (zie 9).
Ten tweede, omdat je dan een lay-out kunt neerzetten die past bij de huisstijl van je kerk en het interieur van je kerkzaal. Zijn er wellicht elementen uit de fysieke omgeving die je kunt laten terugkomen in de presentatie, zoals glas-in-lood of specifieke kleurstellingen?
Ten derde, omdat de ‘kijker’ went aan een zekere vormgeving. Voor de vaste kerkbezoeker geeft een vaste huisstijl rust en herkenning.

Deze blog is eind oktober 2013 geplaatst op CIP.nl. Begin november 2013 publiceerde Nederlands Dagblad een verkorte versie. De Evangelische Omroep plaatste begin december 2013 eveneens een verkorte versie.

Ds. Arjan Berensen (31) is predikant in Enter, Twente. Hij maakt wekelijks gebruik van de beamers in de kerk waar hij voor werkt.

5 Replies to “De beamer & de preek: 10 tips”

  1. G. Gardenier

    Beste Arjan,

    Naar aanleiding van het artikel op CIP een reactie.

    In nogal wat gevallen dreigt de beamer toch gebruikt worden om de viering te leuken en het leidt dus, zeker bij de verkondiging, alleen maar af. Ook wordt er afbreuk gedaan aan de (gewijde) sfeer van ene viering
    Daarnaast vind ik het zeker in prachtige oude kerken een ontsiering van de gewijde ruimte.
    Maar ja, als een liturgisch centrum podium wordt genoemd, dan zegt dat al hoe de kerkruimte wordt ervaren.
    Waar ik voorga kom ik ook vaak in een beamersetting. Het bekoort mij geenszins.
    De kerk(dienst) behoort m.i. geen bioscoop(ervaring) te zijn.

    G.J. Gardenier

  2. Harald Overeem

    Prima tips, Arjan! Ik herken deze geheel uit mijn eigen ‘preekpraktijk’. Volgens mij ben ik aardig ‘Berensen-proof’. Bij punt 7, ik heb het met een pointer geprobeerd, maar vind dat erg lastig, het leidt me af van wat ik zeggen wil. Onze beamisten zijn goed betrokken, ze lezen mee met de preek waarin precies staat aangegeven, wanneer ze moeten klikken.
    Harald

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

AlphaOmega Captcha Classica  –  Enter Security Code